Wat doe je met je oude boot? Zo werkt afdanken in België in 2026

Je boot heeft je jarenlang trouwe dienst bewezen, maar op een dag vaart hij niet meer. Wat doe je dan? Uit een verse enquête van de FOD Mobiliteit blijkt dat bijna niemand daar eigenlijk een antwoord op heeft.

Bijna de helft weet niet waar naartoe

Deze zomer bevroeg DG Scheepvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer meer dan 400 actieve Belgische pleziervaarders over ‘end-of-life’-vaartuigen: boten die het einde van hun levensduur bereikt hebben. De uitkomst is best confronterend. 45% van de respondenten weet vandaag niet waar of bij wie ze terechtkunnen om hun vaartuig te laten ontmantelen en recycleren.

Dat is meer dan een klein ongemak. Zonder duidelijk afvoerkanaal belanden oude boten al eens ergens aan een oever, in een jachthaven of gewoon her en der te verkommeren — het begin van wat de sector ‘achtergelaten vaartuigen’ noemt.

Zes op tien willen vooral één ding: een correcte oplossing

Wat opvalt: 60% van de bevraagden vindt dat er dringend een oplossing moet komen zodat je je vaartuig op de juiste manier kan opruimen. Die bekommernis weegt voor hen zelfs zwaarder door dan de vraag wie uiteindelijk de rekening betaalt voor transport, ontmanteling en recyclage. Met andere woorden: mensen willen vooral weten wat te doen, de kostprijs komt op de tweede plaats.

Meer dan de helft (56,8%) vindt bovendien dat de overheid het voortouw moet nemen om samen met scheepswerven en handelaars een echte ontmantelings- en recyclage-industrie uit te bouwen. Nog eens 57,8% vraagt vooral om toegankelijke, heldere informatie — iets wat vandaag duidelijk ontbreekt.

Geen ver-van-mijn-bedshow, wel een blinde vlek

Interessant detail: veel pleziervaarders hadden nooit eerder stilgestaan bij deze problematiek. ‘Een goed onderhouden vaartuig gaat langer mee dan een mensenleven’, is een gedachte die bij velen leeft — tot ze via de enquête voor het eerst geconfronteerd werden met de vraag wat er ooit met hun boot moet gebeuren. Net dát maakt de bevraging een geslaagde sensibiliseringsactie: mensen denken er nu wél over na, en ze denken meteen mee over oplossingen.

Enkele voorstellen die uit de enquête naar boven kwamen: een platform om reserveonderdelen tussen eigenaars uit te wisselen, een juridisch kader om ‘wees’-vaartuigen aan te pakken, een premie voor wie zijn boot netjes inlevert, en zelfs een tweede leven als tiny house of speeltuigmodule. Minder glamoureus maar even relevant: goedkopere onderhoudscentra, zodat boten sowieso langer in goede staat blijven.

En nu?

De FOD Mobiliteit gebruikt deze resultaten als opstap naar een juridische studie: welke regels bestaan er vandaag al, en wat moet er nog veranderen om het probleem van end-of-life en achtergelaten vaartuigen structureel aan te pakken? Daarnaast wil de overheid samen met de sector een ‘roadmap 2030’ uittekenen, met pleziervaarders zelf mee aan tafel.

Minister van Mobiliteit Georges Gilkinet noemt de enquête een eerste stap richting een bredere bewustwording rond milieubescherming van onze rivieren. Minister van Noordzee Paul Van Tigchelt wijst erop dat België, net als het al doet met offshore wind en drijvende zonnepanelen, ook op vlak van recyclage van pleziervaartuigen een voortrekkersrol kan spelen.

Voor jou als (toekomstig) eigenaar van een vaartuig blijft de praktische les voorlopig simpel: denk al bij aankoop even na over wat er over tien of twintig jaar met je boot moet gebeuren. Onderhoud, verzekering en registratie horen sowieso bij een verantwoord eigenaarschap — net zoals kennis van de regelgeving errond, wat je overigens ook nodig hebt om je stuurbrevet te behalen.