Eind september gaat de zon in Vlaanderen rond half acht onder. Eind oktober, na het omschakelen naar wintertijd, gaat ze al onder vóór half zes. Wie na de middag nog een tochtje plant, vaart op de terugweg dus al snel in de schemer. En op heldere herfstochtenden hangt er boven kanaal en rivier vaak een dikke laag mist. Het najaar kan heerlijk varen zijn: rustig water, weinig drukte in de sluizen, prachtige kleuren op de oevers. Maar je moet wel gezien worden.
Wanneer moeten je lichten aan?
Het Algemeen Politiereglement voor de Scheepvaart op de Binnenwateren is duidelijk: de voorgeschreven lichten voer je ’s nachts, en bij verminderde zichtbaarheid ook overdag. Die tweede regel wordt vaak vergeten. Mist om tien uur ’s ochtends? Dan gaan je navigatielichten gewoon aan, net zoals bij een stevige regenbui die het zicht beperkt.
Een tip uit de praktijk: test je lichten vóór je vertrekt, niet pas als het begint te schemeren. Een doorgebrande lamp of een geoxideerd contactje merk je aan de steiger makkelijk op, maar midden op het kanaal heb je er niets meer aan.
Welke lichten heeft jouw boot nodig?
Voor de meeste pleziervaartuigen gelden de regels voor “kleine schepen” (korter dan 20 meter). Wat je precies moet voeren, hangt af van het type boot:
Kleine motorboot
– een wit toplicht in de lengteas, minstens 1 meter hoger dan de boordlichten;
– boordlichten: groen aan stuurboord, rood aan bakboord. Die mogen naast elkaar of samen in één lantaarn op de boeg staan;
– een wit heklicht achteraan. Dat mag wegvallen als je het toplicht vervangt door een wit rondom zichtbaar licht.
Een open motorbootje zonder dek, korter dan 7 meter en niet sneller dan 13 km/u, mag volstaan met één wit rondom zichtbaar licht.
Kleine zeilboot
– boordlichten en een heklicht, of
– boordlichten en heklicht verenigd in één driekleurenlantaarn in de top van de mast, of
– bij een lengte onder 7 meter: één wit rondom zichtbaar licht, met een tweede wit licht bij de hand dat je toont als je een ander schip nadert.
Let op: vaar je met een zeilboot op de motor, dan ben je een motorschip en gelden de lichten van een motorboot.
Roeiboot, kajak of kano
Hier volstaat een wit rondom zichtbaar licht. Heb je geen mast, dan moet je minstens een brandende lantaarn klaar hebben die je op tijd kan tonen.
Mist: wat zegt de wet, en wat zegt je gezond verstand?
Bij slecht zicht verwacht het reglement drie dingen van je. Je past je snelheid aan aan het zicht, het verkeer en de plaatselijke omstandigheden. Je houdt zoveel mogelijk stuurboordwal, zodat tegenliggers bakboord op bakboord passeren. En wie zonder radar vaart, geeft als mistsein één lange stoot met de hoorn, minstens elke minuut. Dat geldt uitdrukkelijk ook voor kleine schepen.
Wie verder vaart bij slecht zicht, moet bovendien een marifoon aan boord hebben, uitluisteren op het juiste kanaal voor schip-schip-verkeer en andere schepen de nodige informatie geven. Heb je geen marifoon of geen certificaat om hem te gebruiken? Dan is je keuze eigenlijk al gemaakt.
Want de belangrijkste regel staat er ook: kan je niet meer veilig verder, dan ga je stilliggen op de dichtstbijzijnde geschikte plaats, zo ver mogelijk uit de vaargeul. Voor een plezierboot zonder radar is dat bij echte mist bijna altijd de beste beslissing. Een binnenschip van 110 meter kan niet zomaar uitwijken, en een kleine boot is op zijn radar soms nauwelijks zichtbaar. Een radarreflector in de mast maakt daar een wereld van verschil.
De Vlaamse aanvullende reglementen voegen daar nog iets aan toe: ook waar je normaal op volle toegelaten snelheid mag varen, moet je je snelheid verminderen bij nacht, schemering en mistig weer.
Je najaarschecklist
– Navigatielichten getest, reservelampjes aan boord.
– Hoorn of misthoorn binnen handbereik.
– Een goede zaklamp of zoeklicht, maar schijn daarmee nooit in de stuurhut van een ander schip.
– Radarreflector gemonteerd.
– Warme, waterdichte kledij en een reddingsvest dat je ook echt draagt: het water is in oktober al fris.
– Je vaarplan afgestemd op zonsondergang, met marge voor een trage sluis.
– Weersverwachting en zichtbaarheid gecheckt, ook voor de terugweg.
Lichten en geluidsseinen: examenstof én praktijk
Lichten herkennen is niet alleen nuttig op het water. Het is ook een vast onderdeel van het theorie-examen voor het Belgisch Stuurbrevet. Wie ’s avonds een toplicht met een groen boordlicht ziet naderen, moet meteen weten wat er op hem afkomt en wie moet uitwijken. Die kennis bouw je het makkelijkst op tijdens de rustige wintermaanden.
Wil je lichten, dagmerken en geluidsseinen goed onder de knie krijgen? In onze theorieopleidingen komen ze uitgebreid aan bod, met veel voorbeelden en oefenvragen. Bekijk het aanbod op [www.vaarschool.be/theorieopleidingen](https://www.vaarschool.be/theorieopleidingen). Voor de marifoon kan je terecht bij onze [marifoonopleidingen](https://www.vaarschool.be/marifoonopleidingen-home).