België en Nederland bouwen ‘rotonde’ op de Noordzee

Danny Bisaerts (zaakvoerder Vaarschool.be) en Phillip De Backer (Staatssecretaris voor de Noordzee)

België en Nederland hebben na enkele jaren overleg een akkoord gevonden over de scheepvaartroutes op de Noordzee. De commerciële schepen zullen voortaan rond de windmolenparken van beide landen moeten varen, zegt staatssecretaris voor de Noordzee Philippe De Backer.

“Op ons kleine stukje Noordzee zijn er elk jaar zo’n 50.000 commerciële vaarbewegingen”, stelt Theo Van de Gazelle van de Nederlandse Rijkswaterstaat. Het Kanaal is daarmee een van de drukst bevaren zeeroutes ter wereld. “Een betere routering was dus nodig”, aldus de Gazelle.

Nederland heeft de concessies voor nieuwe windmolenparken laten aanleunen bij de Belgische parken, in het gebied boven Zeebrugge en Vlissingen. Vanaf donderdag 1 juni moeten de schepen daar in een grote bocht omheen. “Elke dag horen we op de radio hoeveel kilometer file er staat op de wegen. Ook op zee beginnen die files te ontstaan en dat leidt tot gevaarlijke situaties”, aldus De Backer.

Tussen de windmolens, of de wateren waar de komende jaren windmolens verrijzen, zullen vanaf donderdag enkel nog schepen mogen varen die onderzoek of onderhoud uitvoeren. De nieuwe routes worden ook internationaal gecommuniceerd en komen op de officiële zeekaarten te staan. Voor wie het daarna nog niet begrepen heeft werden er boeien uitgezet.

De Belgische en Nederlandse regering zijn trots dat ze dit samen tot een goed einde hebben gebracht. “Deze manier van werken is exporteerbaar,” denkt De Backer, “dat is onze koopmansgeest.” Er zou interesse zijn uit onder meer Zuid-Amerika en Azië.

De nieuwe routes vullen gebieden zonder routering op, waardoor een onafgebroken routeringsstelsel van Frankrijk tot aan Duitsland ontstaat.

De nieuwe routering leidt tot:

  • Aanbevolen scheepvaartroutes rond de windparken en vaarmogelijkheden door Nederlandse windparken;
  • Scheiding van inkomend en uitgaand verkeer nabij voorzorgsgebieden en verkeersscheidingsstelsels;
  • Nieuwe voorzorgsgebieden (precautionary area) in drukke gebieden;
  • Organisatie en optimalisatie van het verkeer rond beloodsingsgebieden en aansluitende routes;
  • Aanpassing van ankergebieden.

(Bron: HLN / diverse bronnen)

Bijkomende informatie